Algemeen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Algemeen

De financieringsparagraaf komt voort uit de Wet financiering decentrale overheden. Deze wet stelt regels voor het financieringsgedrag van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. De financieringsparagraaf is in samenhang met het treasurystatuut een belangrijk instrument voor het transparant maken en daarmee voor het sturen, beheersen en controleren van de treasuryfunctie binnen Meerinzicht. Het beleid van Meerinzicht voor de treasuryfunctie ligt vast in de financiële verordening. 

Kasgeldlimiet

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Kasgeldlimiet

Met deze kasgeldlimiet wordt de omvang van de kortlopende leningen beheerst. Voor de kasgeldlimiet geldt een afwijkend percentage ten opzichte van gemeenten. Dit is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden. De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen is gelimiteerd tot 8,2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de toegestane kasgeldlimiet voor de periode 2027-2030 weergegeven.
De verwachting op dit moment is dat er geen kortlopende leningen worden aangegaan.

Kasgeldlimiet
(bedragen x € 1000,-)
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Omvang begroting per 1 januari
55.134
54.522
54.597
54.597
(1) Toegestane kasgeldlimiet
8,20%
8,20%
8,20%
8,20%
45,21
44,71
44,77
44,77

Renterisiconorm

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renterisiconorm

De renterisiconorm heeft tot doel het beheersen van de renterisico’s op de vaste schuld door het aanbrengen van spreiding in de looptijden van de leningenportefeuille. Een verandering van de rente heeft dan geen schokeffect tot gevolg en werkt zodoende vertraagd door in de rentelasten en -baten. De renterisiconorm wordt berekend door het wettelijk vastgestelde percentage van 20% te vermenigvuldigen met het begrotingstotaal (= totale lasten) aan het begin van het begrotingsjaar; er is een minimum van € 2.500.000. Uit het onderstaande overzicht blijkt dat Meerinzicht de komende jaren geen overschrijding kent op de renterisiconorm. 

Renterisiconorm
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Begroting 2030
Grondslag (totaal van de lasten begroting)
55.134
54.522
54.597
54.597
Normpercentage
20%
20%
20%
20%
Toegestane renterisiconorm
11.027
10.904
10.919
10.919
Verplichte aflossing
0
0
0
0
Ruimte/overschrijding
11.027
10.904
10.919
10.919

Renteontwikkelingen

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Renteontwikkelingen

Aantrekken geld
Waar de langlopende rente de afgelopen jaren meebewoog met de ECB rente, lijkt dat nu niet meer het geval. De marktrente reageert nu meer op geopolitieke ontwikkelingen. Waar de ECB-rente nog een dalend verloop laat zien, blijft de marktrente vrij stabiel. De kapitaalrente wordt daarnaast ook sterk beïnvloed door economische groei, inflatie en monetair beleid.
De renteontwikkelingen worden bepaald op basis van langlopende leningen met een looptijd van 20 jaar.  Voor 2027 en verder wordt een rentepercentage verwacht van 3,50%.

Beleggen in Schatkist
De rentepercentages voor het schatkistbankieren bevinden zich ongeveer op hetzelfde niveau als de ECB-rente. Voor de lopende rekening in de Schatkist wordt een gemiddelde renteopbrengst verwacht van 1,5% in 2027. 

Verwerking verwachte renteopbrengsten
In afstemming met de gemeente is bepaald hoe om te gaan met de verwachte renteopbrengsten. Er is afgesproken dat de renteopbrengsten worden begroot. Dit wordt gedaan op basis van de verwachte renteontwikkelingen. In eerste instantie worden de opbrengsten, op verzoek van de gemeenten, bij de begroting nog niet verwerkt op de bijdragen van de gemeenten. Zo wordt er meerjarig stabiliteit gecreëerd ten aanzien van de bijdrage van de gemeenten. Bij het opstellen van de bestuursrapportage wordt inzichtelijk gemaakt wat de verwachte renteopbrengsten zijn op basis van de werkelijke rente en vloeien deze opbrengsten terug naar de EHZ-gemeenten.

 

Liquiditeit

Terug naar navigatie - Paragraaf Financiering - Liquiditeit

Schatkistbankieren
Om de staatsschuld en beleggingsrisico’s te beperken zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige geldmiddelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Daarnaast mogen alleen leningen verstrekt worden aan medeoverheden. Het bedrag, dat Meerinzicht zelf mag aanhouden op haar eigen bankrekeningen, is maximaal gelijk aan het drempelbedrag schatkistbankieren.
Het Rijk heeft voor het buiten de Schatkist aan te houden liquide middelen een normpercentage ingesteld van 2% van het totaal van de begrote lasten vóór bestemming.

Meerinzicht heeft op de lopende rekening bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) een plafond ingesteld van € 400.000,-.  Aan het eind van elke dag wordt het saldo boven dit plafond automatisch afgeroomd naar de Schatkist. Wekelijks wordt aan de hand van de betalingen die gedaan moeten worden, ingeschat welk bedrag van de Schatkist teruggestort moet worden op de lopende rekening bij de BNG.