Paragrafen

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Inleiding paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

Meerinzicht ontvangt op basis van de opgestelde begroting financiële middelen van de brongemeenten. Bij substantiële financiële tegenvallers wordt teruggevallen op de brongemeenten. Het weerstandsvermogen wordt daarom feitelijk voorzien door de brongemeenten zelf. 

Tegelijkertijd heeft en houdt Meerinzicht de verantwoordelijkheid tot het onderkennen van risico's, inschatting van de potentiële impact en het (kunnen) nemen van maatregelen ter beheersing van de risico's en dientengevolge van de (weerstands)positie. Door een systematische analyse van zowel interne als externe factoren streven we ernaar potentiële bedreigingen tijdig te onderkennen en effectief aan te pakken. 

Tabel Risicobeheersing
Nummer Beschrijving risico Kans Impact Beheersmaatregel Verantwoording 2025
1 Incidenten in de informatiebeveiliging en lekken in de bescherming van persoonsgegevens leiden tot bestuurlijke boetes en (extra) investeringen. Tegelijk lopen we risico door actieve aanvallen van buitenaf om in onze systemen te komen en daarbij mogelijke uitval van systemen, hetgeen ook kan leiden tot tijdelijk stopzetten van de dienstverlening aan inwoners dan wel dat privacygevoelige informatie misbruikt wordt. M H Door privacyteam (FG en PO) wordt bewustwording bij medewerkers vergroot door o.a. bijeenkomsten, intranet en vlogs en rond casuïstiek of procesinrichting (privacy by design). Daarnaast wordt ingezet op bewustwording en het verder professionaliseren van de informatiebeveiliging en gegevensbescherming, ondersteund door technische en organisatorische maatregelen. Er is een Business Continuity Management analyse uitgevoerd, waarbij beheersmaatregelen en een projectgroep is opgericht die de verbindende schakel is tussen het project en hun organisatie. Deze rol is ingericht om de doelgerichtheid, de eenheid van inspanning, de samenwerking en het wederzijds begrip te bevorderen voor bedrijfscontinuïteitsbeheer binnen EHZM.

Wezenlijke incidenten rondom informatiebeveiliging hebben zich niet voorgedaan. Wel zijn er enkele kleinere incidenten geweest, zonder al te grote impact. 

In 2025 is de basisformatie voor informatieveiligheid aangevuld met een ISO en TISO functie. Deze formatie is halverwege 2025 daadwerkelijk ingevuld. Dit stelt EHZM meer in staat om kennis, procedures en maatregelen in werking te zetten om de informatieveiligheid naar een hoger niveau te tillen.

In 2025 is een start gemaakt met een NIS 2-GAP-analyse om in beeld te brengen hoe EHZM ervoor staat t.o.v. de cyberbeveiligingswet die in 2026 in werking wordt gezet.

Tot slot is in 2025 aandacht besteed aan het toegenomen gebruik van AI wat risico’s op het gebeid van privacy en informatieveiligheid met zich brengt. Bestaande en nieuwe medewerkers zijn geïnstrueerd over het gebruik van AI.

2 Het ontbreken van een scherp geformuleerde (gezamenlijke) uitvoeringsopdracht door EHZ gemeenten (in verlengde van Rekenkameronderzoek 2021) waardoor het risico bestaat dat er willekeur kan ontstaan ten aanzien van de te leveren en te verantwoorden resultaten. M M Meerinzicht stelt binnen de P&C cyclus (lees: begroting, bestuursrapportage en jaarrekening) documenten op, die op basis van het INK kwaliteitsmodel zijn ontwikkeld. In plaats van alleen naar de financiën te kijken, dwingt het INK-model je om naar de organisatie als geheel te kijken. Daarnaast werkt Meerinzicht mee met de ontwikkeling van de KPI's op het gebied van sociaal domein (relatie nota sociaal domein) en bedrijfsvoering (vervolg Rekenkameronderzoek 2021).

Er is sprake van een duidelijke en breed aanvaarde P&C-cyclus. Voor het sociaal domein wordt deze nog verder geoptimaliseerd.

Onduidelijkheden of issues zijn tijdig geadresseerd en bespreekbaar gemaakt op de daarvoor bedoelde tafels. De huidige structuur hiervoor werkt naar behoren.

In 2024 zijn de resultaten van een extern uitgevoerd advies aangaande de invoering en gebruik van kpi's opgeleverd en vastgesteld. In 2025 zijn de kpi’s verder uitgewerkt en vastgesteld. In 2026 wordt in de bestuursrapportage voor het eerst over de kpi’s gerapporteerd.

 

3

De medewerkers zijn een belangrijke succesfactor voor de realisatie van de doelstellingen van Meerinzicht en de gemeenten. Door de krapte op de arbeidsmarkt kan het voorkomen dat vacatures langer of niet vervuld kunnen worden en met (duurdere) externe inhuur tijdelijk dienen te worden opgevangen. Dit kan gevolgen hebben voor de dienstverlening naar inwoners van EHZ of hogere personele kosten vanwege extra inhuur.

H H De EHZM organisaties bundelen gezamenlijk de krachten om "aantrekkelijk werkgeverschap" inhoud te geven. Daarnaast is een gezamenlijk traineeprogramma en is een EHZM academie opgericht ter bevordering van leren en ontwikkelen van bestaande medewerkers. Daarnaast vindt er sturing plaats binnen de personele bezetting door de aanwezige afdelingsmanagers.

Er is geïnvesteerd in werving en recruitment, waarbij een interne recruiter is aangenomen en minder gebruik wordt gemaakt van externe recruiters. Dit betekent dat er minder kosten zijn gemaakt voor recruitment en er meer interne capaciteit en expertise is voor het werven van personeel. Daarnaast hebben onderwerpen als duurzame inzetbaarheid, interne mobiliteit en het vergroten van ontwikkel- en carrièremogelijkheden in 2025 aandacht gekregen.

De eerder ontwikkelde tool voor strategische personeelsplanning wordt per afdeling ingezet om  de wervingsvraag te helpen voorspellen.

 

4

Hoog (kortdurend) ziekteverzuim, met als gevolg dat beschikbare kennis, kunde en capaciteit tijdelijk niet voorhanden is of extra kosten inhuur vraagt.

M H Met de ARBO-dienst is in 2022 een vitaliteitsprogramma gestart, en zijn er afspraken gemaakt ten aanzien van processen en eigenaarschap bij ziektemeldingen (rolverdeling HRM, afdelingsmanager en Arbodienst).

In 2025 is het aantal langdurige verzuimcasussen toegenomen. Het gaat voor om niet beïnvloedbaar verzuim (bijv. chronische ziekten en oncologische aandoeningen). 

In 2025 is werkdruk aangepakt via HRM-teamsessies (project ‘Van werkdruk naar werkplezier’) en gezondheidschecks (±70% deelname), wat heeft geleid tot een positief besluit voor een vervolg in 2026.

De ontwikkelingen in het verzuim worden nauwlettend gevolgd en besproken en er wordt bijgestuurd  waar dat nodig is.

In voorkomende situaties wordt gebruikgemaakt van inhuur. Daarbij zijn geen wezenlijke negatieve effecten bekend.

 

5 Tijdelijke taken vanuit het Rijk/gemeenten naar Meerinzicht kunnen leiden tot extra werkzaamheden, die ten koste kunnen gaan van reguliere dienstverlening op het moment dat er te weinig (extra) personeel is voor de uitvoering. Voorbeeld hiervan is uitvoering van de energietoeslag in verband met stijgende energieprijzen vanwege de oorlog in Oekraïne. De extra toestroom leidt tot verhoogde werkdruk, waardoor de reguliere dienstverlening onder druk komt te staan. H H De EHZ gemeenten hebben Meerinzicht opdracht gegeven uitvoering te geven aan landelijke en lokale steunmaatregelen om inwoners en ontheemden te ondersteunen. Hiervoor wordt bij iedere opdracht vooraf afgestemd met de gemeenten welke impact de opdracht heeft ten aanzien van tijdelijke taken en formatie, waardoor er geen verrassingen na afloop van de opdracht ontstaan. Bij schaarsteproblemen wordt in afstemming met de gemeente in werkzaamheden geprioriteerd.

Er is structureel overeenkomstig de beheersmaatregel gehandeld.

Wezenlijke schaarsteproblemen hebben zich niet voorgedaan

 

Kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Kengetallen

De vanuit de BBV verplichte kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel financiële ruimte Meerinzicht beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of op te kunnen vangen. 
In het BBV staan de volgende algemene financiële kengetallen:

  • Netto schuldquote;
  • Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
  • Solvabiliteitsratio;
  • Grondexploitatie;
  • Structurele exploitatieruimte;
  • Belastingcapaciteit.

De begroting en jaarstukken van Meerinzicht bevatten geen grondexploitatie en belastingopbrengsten.

Verloop kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Verloop kengetallen
Kengetallen
Jaarstukken
Begroting
Jaarstukken
Categorie
2024
2025
2025
2025
Netto schuldquote
5,71%
7,29%
2,31%
A
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen
5,71%
7,29%
2,31%
A
Solvabiliteitsratio
0,00%
0,00%
6,17%
C
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Structurele exploitatieruimte
0,89%
0,00%
1,89%
A
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.

Normen kengetallen

Terug naar navigatie - Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing - Normen kengetallen
Beoordeling door Provincie Gelderland
Kengetallen
Categorie A
Categorie B
Categorie C
Netto schuldquote
<90%
90%-130%
>130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
<90%
90%-130%
>130%
Solvabiliteitsratio
>50%
20%-50%
<20%
Structurele exploitatieruimte
>0%
0%
<0%
Grondexploitatie
<20%
20%-35%
>35%
Belastingcapaciteit
<95%
95%-105%
>105%

De conclusie is dat Meerinzicht bij 3 kengetallen de categorie A heeft. De reden hiervoor is dat Meerinzicht geen geldleningen heeft, waardoor netto schuldquote een lage uitkomst heeft. De schuldquote geeft namelijk een indicatie aan in welke mate de rentelasten en aflossingen vastliggen in de begroting. Hiermee is er geen liquiditeitsrisico aanwezig. 
Op het kengetal ‘Solvabiliteitsratio’ scoort Meerinzicht een C. Vanaf boekjaar 2025 is er sprake van een eigen vermogenspositie binnen Meerinzicht. Dit komt voort uit de vorming van bestemmingsreserves, en het nog te bestemmen resultaat. Er is sprake van een 'lage' beoordeling, maar wij beoordelen het risico als nihil. Dit komt voort uit de afspraken die Meerinzicht heeft gemaakt met de deelnemende gemeenten. 

De indicator ‘’structurele exploitatieruimte’’ geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte (structurele baten min structurele lasten) zich verhoudt tot de totale begroting baten. Een analyse op dit kengetal is terug te vinden in het hoofdstuk Overzicht van incidentele baten en lasten

Paragraaf financiering

Terug naar navigatie - - Paragraaf financiering

Inleiding paragraaf financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Inleiding paragraaf financiering

De paragraaf betreffende de financiering bevat de manier waarop Meerinzicht haar activiteiten en projecten financiert en haar liquiditeiten beheert. Het geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat,  lasten aan taakvelden wordt toegerekend en de eventuele financieringsbehoefte.

Ambitie

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Ambitie

Meerinzicht streeft naar regie op de  uitgaven en inkomsten resulterend in een optimale financiering (op korte en lange termijn) in geldstromen. Daarbij wordt geopereerd binnen de wettelijke en gemeentelijke vastgestelde kaders. Om de treasuryfunctie goed uit te voeren, wordt gekeken naar de meerjarige liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt financieel risicomijdend uitgevoerd. Meerinzicht geeft waar het kan invulling aan duurzaam (ethisch) bankieren. Op het gebied van reputatie en imago stelt Meerinzicht eisen aan de organisaties en instellingen, waarmee het zaken doet. Meerinzicht stelt bij de treasuryfunctie bestuurlijke en ambtelijke integriteit voorop.

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Doelstellingen

De doelstellingen van Meerinzicht op het gebied van treasury luiden: regie hebben op de uitgaven en inkomsten, duurzaam toegang hebben tot de financiële markten, tijdig kunnen beschikken over voldoende financieringsmiddelen, beheersen van risico’s, streven naar rente-optimalisatie en beperken van verwerkingskosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities.

Regelgeving

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Regelgeving

De Wet Financiering Decentrale Overheden is kaderstellend voor de treasuryfunctie van gemeenten. Gemeenten worden verplicht tot een transparant en inzichtelijk lokaal treasurybeleid en -beheer. Daarnaast zijn er verdere kaders vastgelegd in de Financiële verordening van Meerinzicht (hoofdstuk 4, art. 12).

Ontwikkelingen Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Ontwikkelingen Financiering

Marktontwikkelingen
Renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt zijn voor Meerinzicht belangrijk om te kunnen sturen op de financiële risico’s. Deze ontwikkelingen, die van buiten komen, kunnen niet beïnvloed worden. De renteontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd door gebruik te maken van informatie van met name de Bank Nederlandse Gemeenten, het Schatkistbankieren en enkele andere banken. 

De ECB heeft met een aantal renteaanpassingen de rente begin juni 2025 verlaagd tot 2%. De verwachting was dat de rente stabiel zal blijven op 2% in 2026. Mogelijk dat de onrustige geopolitieke ontwikkelingen invloed zal hebben op de rente- / marktontwikkelingen  voor 2026 en verder. Medio april heeft de ECB de rente nog niet verhoogd. Als de geopolitieke onrust aanhoudt is het zeer waarschijnlijk dat de rente de komende tijd wel verhoogd zal worden.  Dit eventuele effect wordt meegenomen in het eerstvolgende P&C document.

Aantrekken geld
Het rentebeleid van de ECB vertaalt zich naar de  gemeente. De percentages voor het aantrekken van geld zitten een aantal tienden boven de ECB-rente. De renteontwikkelingen worden bepaald op basis van langlopende leningen met een looptijd van 20 jaar.  

Beleggen in Schatkist
De rentepercentages voor het schatkistbankieren bevinden zich ongeveer op hetzelfde niveau als de ECB-rente. Voor de lopende rekening in de Schatkist is een gemiddelde renteopbrengst gerealiseerd van 2% in 2025.

Liquiditeit

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Liquiditeit

Schatkistbankieren
Om de staatsschuld en beleggingsrisico’s te beperken zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige geldmiddelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Daarnaast mogen alleen leningen verstrekt worden aan medeoverheden. Het bedrag, dat de Meerinzicht zelf mag aanhouden op haar eigen bankrekeningen, is maximaal gelijk aan het drempelbedrag schatkistbankieren.

Per kwartaal wordt het gemiddelde bedrag per dag aan geldmiddelen berekend. Het Rijk heeft voor het buiten de Schatkist aan te houden liquide middelen een normpercentage ingesteld. Het actuele percentage bedraagt 2% van het begrotingstotaal. 
Voor 2025 is het drempelbedrag voor Meerinzicht €1.131.000,-. Dit is gelijk aan 2% van het totaal van de begrote lasten vóór bestemming, € 56.528.000,-. De tabel laat voor 2025 per kwartaal het gemiddelde bedrag op eigen bankrekeningen zien ten opzichte van het drempelbedrag schatkistbankieren en de ruimte daartussen. 

Meerinzicht heeft op de lopende rekening bij de BNG een plafond ingesteld van € 400.000,-. Aan het eind van elke dag wordt het saldo boven dit plafond automatisch afgeroomd naar de Schatkist. Wekelijks wordt aan de hand van de betalingen die gedaan moeten worden, ingeschat welk bedrag van de Schatkist teruggestort moet worden op de lopende rekening bij de BNG. 

Drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000,-)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Grondslag voor de norm:
56.528
56.528
56.528
56.528
totaal van de begrote lasten op jaarbasis
Drempelbedrag volgens wet Fido, 2% van de begrote lasten op jaarbasis
1.131
1.131
1.131
1.131
Gemiddeld buiten 's Rijks schatkist aangehouden geldmiddelen
400
400
400
400
Ruimte (+) of overschrijding (-) ten opzichte van het drempelbedrag schatkistbankieren
731
731
731
731
Wordt voldaan aan de norm?
ja
ja
ja
ja
!

Financieringspositie
Door de inwerkingtreding van schatkistbankieren medio 2013 worden overtollige gelden aangehouden in de Nederlandse schatkist. De financieringsbehoefte gedurende 2025 is opgevangen met een positieve stand op de rekening courant en het saldo van schatkistbankieren. Het aantrekken van langlopende leningen is in 2025 niet noodzakelijk geweest. Het gebruik van kasgeldleningen is tevens niet noodzakelijk geweest. Omdat het overschot aan middelen op basis van de  bevoorschotting voor bedrijfsvoering en de programmagelden toereikend geweest is in de liquiditeitsbehoefte.

Liquiditeitspositie over het jaar 2025
Bedragen x € 1.000,- (per eerste van de maand)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1.
Vlottende (korte) schuld
maand 1
0
0
0
0
maand 2
0
0
0
0
maand 3
0
0
0
0
2.
Vlottende middelen
maand 1
14.610
32.605
27.554
12.105
maand 2
10.465
33.940
20.304
32.226
maand 3
19.415
22.078
19.136
28.810
3.
Netto vlottende schuld (+)/
maand 1
-14.610
-32.605
-27.554
-12.105
Overschot vlottende middelen (-) (1-2)
maand 2
-10.465
-33.940
-20.304
-32.226
maand 3
-19.415
-22.078
-19.136
-28.810
4.
Gemiddelde netto vlottende schuld (+)/
-14.830
-29.541
-22.331
-24.380
gemiddeld overschot vlottende middelen (-)
5.
Kasgeldlimiet
4.635
4.635
4.635
4.635
6a.
Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4)
19.465
34.176
26.967
29.016
6b.
Overschrijding van de kasgeldlimiet (4-5)
Berekening kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet moet worden berekend bij aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van het percentage als bedoeld bij post 8.
7.
Begrotingstotaal
56.528
8.
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
8,20%
9.
Kasgeldlimiet: (7) x (8) : 100
4.635

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Risico's

Algemeen
Binnen Meerinzicht wordt niet gewerkt met een Treasurystatuut  In de Financiële verordening van de GR Meerinzicht zijn hiervoor de kaders opgenomen. Indien er om wat voor redenen dan ook specifieke risico’s worden geconstateerd, in relatie tot treasury, zullen deze mee worden genomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Renterisico

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Renterisico

Renterisico over de vlottende schuld
Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet wordt de omvang van de kortlopende leningen beheerst. Voor de kasgeldlimiet geldt een afwijkend percentage ten opzichte van gemeenten. De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen is gelimiteerd tot 8,2% van het begrotingstotaal, 56.528.000. De kasgeldlimiet komt voor 2025 uit op € 4.635.000. 

Als onderdeel van de treasuryfunctie wordt de afweging kort- of langlopend financieren gemaakt op basis van de actuele liquiditeitsplanning. Als de kasgeldlimiet structureel overschreden dreigt te worden, is de gemeente verplicht om de vlottende financiering (korter dan 1 jaar) om te zetten in vaste financiering. In het kader van de Wet Fido heeft de provincie een toezichthoudende rol.

Meerinzicht maakt door het structurele financieringsoverschot geen gebruik van kasgeldfaciliteiten.   

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000,-)
Begroting 2025
2025 Werkelijk 1e kwartaal
2025 Werkelijk 2e kwartaal
2025 Werkelijk 3e kwartaal
2025 Werkelijk 4e kwartaal
Omvang begroting
56.528
56.528
56.528
56.528
56.528
(1) Toegestane kasgeldlimiet
In procenten
8,2
8,2
8,2
8,2
8,2
In €
4.635
4.635
4.635
4.635
4.635
(2) Omvang vlottende korte schuld
0
0
0
0
0
(3) Vlottende middelen
0
14.830
29.541
22.331
24.380
(4) Netto vlottende schuld (2 - 3)
0
-14.830
-29.541
-22.331
-24.380
(5) Toets kasgeldlimiet
Toegestane kasgeldlimiet (1)
4.635
4.635
4.635
4.635
4.635
Totaal netto vlottende schuld (4)
0
-14.830
-29.541
-22.331
-24.380
Ruimte (-) / overschrijding (+) (1) - (4)
-4.635
-19.465
-34.176
-26.967
-29.016
!

Renterisico over de vaste schuld
Renterisiconorm
In de wet FIDO is bepaald dat over de langlopende schulden de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In de onderstaande tabel is de ontwikkeling weergegeven van de renterisiconorm over 2025. Hieruit kan geconcludeerd worden dat Meerinzicht binnen de norm is gebleven. De reden hiervoor is dat Meerinzicht geen langlopende geldleningen heeft.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2025
1
Renteherzieningen
0
2
Aflossingen
0
3
Renterisico (1+2)
0
4
Renterisiconorm
11.306
5a (4 > 3)
Ruimte onder risiconorm
11.306
5b (3 > 4)
Overschrijding renterisiconorm
Berekening renterisiconorm
4a
Begrotingstotaal (na alle wijzigingen) jaar 2025
56.528
4b
Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage
20%
4 = 4a x 4b
Renterisiconorm
11.306

Leningenportefeuille
Meerinzicht heeft in 2025 geen langlopende geldleningen afgesloten. De voorschotbedragen van de brongemeenten zijn voldoende geweest om aan de betalings- en investeringsverplichting te voldoen.

Rente

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Rente

Renteschema
Rentekosten worden op basis van het BBV toegerekend aan de taakvelden op basis van een rente-omslag. Aangezien er alleen investeringen binnen domein Bedrijfsvoering plaatsvinden, wordt de rente volledig toegerekend aan domein Bedrijfsvoering. Meerinzicht heeft in 2025 geen geldleningen meer op de balans staan waardoor er geen rentekosten toegerekend worden aan de taakvelden. Sinds eind 2022 ontvangen overheidsinstellingen weer creditrente over de tegoeden bij het schatkistbankieren. Dit was ook het geval in 2025. De externe rentebaten over 2025 bedragen € 514.000. De externe rentebaten zijn één op één, conform de afwijkende verdeelsleutel creditrente, teruggeven aan de gemeenten voor vaststelling van het resultaat 2025.

Renteschema Jaarstukken 2025 (bedragen x €1.000,-)
A.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
B.
De externe rentebaten
-/-
-514
Saldo rentelasten en rentebaten
C1.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
0
C2.
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
0
C3.
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
+/+
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-514
D1.
Rente over eigen vermogen
+/+
n.v.t.
D2.
Rente over voorzieningen
+/+
n.v.t.
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-514
E
De aan taakvelden toegerekende rente
-/-
F.
Renteresultaat
-514

Renteresultaat
Bij het opstellen van de begroting 2025 werd al rekening gehouden met een rentebaat. In samenspraak met de 3 gemeenten is afgesproken deze verwachtte rentebaten bij aanvang van het jaar niet te verrekenen met de uniforme bijdragen. Bij de tussentijdse rapportage is, op basis van de verwachting over heel 2025, de rentebaat terug gevloeid naar de 3 gemeenten. Op rekeningbasis blijkt het renteresultaat nog positiever.

Paragraaf bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - - Paragraaf bedrijfsvoering

Inleiding paragraaf bedrijfsvoering

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Inleiding paragraaf bedrijfsvoering

In deze paragraaf vindt verantwoording plaats over de resultaten die specifiek voor de bedrijfsvoering van de organisatie Meerinzicht relevant zijn. Het gaat hierbij om de concernbrede (domeinoverstijgende) zaken. Het gaat dan om onderwerpen als organisatieontwikkeling, ziekteverzuim, arbo en de managementletter. Ook de rechtmatigheidsverantwoording komt hier aan de orde. 

Organisatieontwikkeling

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Organisatieontwikkeling

Als  (relatief) jonge organisatie maakt Meerinzicht aanzienlijke stappen. Een belangrijk kenmerk van deze groei is de toegenomen samenwerking tussen afdelingen en focus op kwaliteits- en procesverbeteringen. Door afdelingsoverstijgend te werken, bevordert Meerinzicht een cultuur van integratie en synergie, wat leidt tot efficiëntere processen en een betere dienstverlening.

Deze ontwikkeling stelt de organisatie in staat om flexibeler en effectiever in te spelen op de behoeften van de brongemeenten en inwoners. De focus op samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid zorgt ervoor dat kennis en middelen nog beter worden benut, wat bijdraagt aan de algehele groei en professionalisering van Meerinzicht. Ook richten we ons op het verder verbeteren van het projectmatig werken, waardoor de afdelingsoverstijgende projecten beter worden beheerst. 

We blijven investeren in het versterken van onze samenwerkingsverbanden en het optimaliseren van onze werkwijzen. 

Inclusieve organisatie - Charter Diversiteit ondertekend

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Inclusieve organisatie - Charter Diversiteit ondertekend

In mei 2024 heeft de Directieraad het Uitvoeringsplan  vastgesteld.  Op 1 oktober 2024 volgde de ondertekening van het landelijke Charter Diversiteit.  Hierbij wordt ingezet op:

  1. Cultuur: het creëren van een omgeving waarin diversiteit wordt gewaardeerd, gerespecteerd en gevierd. Een organisatiecultuur ontwikkelen waarbij alle medewerkers zich thuis voelen en hun volledige potentieel kunnen benutten.
  2. Gedrag en houding: bouwt voort op de inclusieve cultuur door het bevorderen van positieve interacties en communicatie tussen medewerkers. Daarnaast staan respect en erkenning voor elkaar centraal. Het doel is om een werkomgeving te creëren waarin iedereen zich gehoord en gewaardeerd voelt.
  3. Bedrijfsprocessen: het implementeren van concrete maatregelen en strategieën in de dagelijkse gang van zaken. Gelijke kansen bevorderen, inclusiviteit waarborgen en aan diverse behoeften voldoen.

Met het uitvoeringsplan wordt aangesloten bij bestaande processen. Voorbeelden zijn werving en selectie,  het welkomstproces voor nieuwe medewerkers, doorontwikkeling van het trainingsaanbod, het Medewerkersonderzoek,  themabijeenkomsten en de Time to Meet voor en door medewerkers.  De eventuele kosten worden binnen bestaande budgetten gedekt. Het uitvoeringsplan ziet nu toe op de gemeente Harderwijk en  domein sociaal Meerinzicht.  Het voornemen is om het uitvoeringsplan Inclusieve organisatie te verbreden naar de gehele EHZM-organisatie. In 2026 zal dit verder vorm gaan krijgen.

Social return on investment (SROI)

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Social return on investment (SROI)

Meerinzicht hecht waarde aan maatschappelijk verantwoord ondernemen en vindt het van belang dat iedereen mee kan doen in de samenleving. In dat kader is Social Return On Investment (hierna te noemen; SROI) sinds 2022 onderdeel van het duurzame inkoopbeleid en wordt een SROI verplichting van meestal 5% aan opdrachtnemers opgelegd bij aanbestedingen vanaf een opdrachtwaarde € 221.000. Binnen de arbeidsmarktregio (Werkcentrum VeluweStedendriehoek) is de ambitie om het percentage SROI uitvraag boven het landelijk gemiddelde uit te laten komen. Bij arbeidsextensieve werken/diensten/leveringen wijken we, in het kader van proportionaliteit, af van het standaard percentage van 5% naar 3 of 2%. Ook kan het zijn dat er een hoger percentage (tussen de 5% en 25%) wordt uitgevraagd als de opdracht voor een groot deel kan worden uitgevoerd door de doelgroep (bijv. schoonmaak, postbezorging, groen etc). 

Het rendement van SROI wordt gemonitord in de applicatie WIZZR. Eind 2025 waren er 150 contracten/ inkoopovereenkomsten in beheer. De totale SROI-waarde van deze contracten bedroeg ruim € 16 miljoen met een inkoopvolume van € 332 miljoen. Hiervan is € 13 miljoen aan SROI waarde daadwerkelijk verzilverd. Bovengenoemde SROI-waarden vragen om enige duiding. De SROI-contractwaarde en aantal contracten is van veel factoren afhankelijk. Zoals de omvang van de totale inkoop/ aanbestedingen per jaar in onze regio en het opgelegde SROI-percentage per inkoopovereenkomst. Ook is de looptijd van inkoopovereenkomsten van invloed op de cijfers. Kortom, de SROI-contractwaarde is een dynamisch gegeven en kan bijna dagelijks veranderen. De verzilverde € 13 miljoen aan SROI waarde is berekend aan de hand van de Bouwblokkenmethode en komt tot stand door een combinatie van geleverde SROI-inspanningen rondom arbeidsparticipatie, sociale inkoop of andere vormen van sociale impact.

Er zijn in het jaar 2025 totaal 89 kandidaten uit de doelgroep SROI (P-wet, WW, WIA/WAO, Wajong, WSW, beschut, stages BOL+ BBL 1 t/m 4, HBO en WO) geplaatst bij opdrachtnemers. De actieve samenwerking tussen de verschillende ketenpartners (onderwijs, gemeente, UWV, werkleerbedrijf en HR netwerkorganisatie) levert concrete kansen op voor de verschillende SROI-doelgroepen. 

De accountmanager werkgeversdienstverlening  van domein sociaal Meerinzicht (gefinancieerd uit de ESF-subsidie)  haakt aan bij gesprekken met opdrachtnemers om als schakel te fungeren tussen kandidaat (werkzoekenden uit de doelgroep P-wet, WW, WSW, WIA/WAO, beschut etc) en ondernemer. Daarnaast hebben coördinator SROI en de accounthouder werkgeversdienstverlening samen de doelstelling om sociaal ondernemen de norm te laten zijn in onze regio en fungeren zij als vliegwiel in het stimuleren van sociaal ondernemerschap. 
 

Arbeidsomstandigheden

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Arbeidsomstandigheden

Meerinzicht beschikt over een actuele Risico Inventarisatie & Evaluatie die door de preventieverantwoordelijke wordt beheerd. Voorlichting en instructie over arbo vindt plaats door middel van de HRM-nieuwsbrief, waarin maandelijks een arbothema wordt behandeld. Informatie over arbeidsomstandigheden is te raadplegen via het selfserviceportaal.

In 2025 is er expliciet aandacht besteedt aan het onderwerp werkdruk. Middels interactieve teamsessies, onder begeleiding van HRM,  zijn medewerkers voorgelicht.  Aan alle medewerkers is een gezondheidscheck aangeboden met een coachingsgesprek.  De opkomst bedroeg +/-70% . De overall resultaten zijn verwerkt in een advies over het vervolg aan de netwerkdirectie. Hierop is positief besloten en komt er een vervolg in 2026.

In 2025 hebben er geen bedrijfsongevallen plaatsgevonden.  Er  zijn 17 meldingen gedaan door medewerkers van  agressief gedrag door inwoners jegens hen. Dit zijn er 7 minder dan in 2024. Het afgelopen jaar heeft de preventiemedewerker Agressie en Geweld voorlichting gegeven over dit onderwerp in de teams met klantcontacten.

In de afgelopen jaren is er aandacht geweest voor het onderwerp ongewenst gedrag binnen de organisatie.  In 2025 hebben Communicatie via Hi5 (intranet) en voorlichting van vertrouwenspersoon een positieve werking gehad. De meldingen ten aanzien van ongewenst gedrag binnen de organisatie is afgenomen. In 2024 zijn door medewerker 11 meldingen gedaan bij de vertrouwenspersoon. In 2025 is dit aantal gedaald naar 2 meldingen. 

Integriteit

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Integriteit

Integriteit is een belangrijk onderwerp binnen de organisatie van Meerinzicht.  Al bij het arbeidsvoorwaardengesprek van een nieuwe medewerker wordt dit onderwerp besproken. Daarna volgt nog een sessie over integriteit tijdens de ambtseedbijeenkomst van nieuwe medewerkers. Het onderwerp is ook onderdeel van het welkomstproces. Afdelingen of teams besteden gedurende het jaar hier aandacht aan, soms met bij bijeenkomsten. Dilemma's worden dan besproken. In 2025 is er één registratie geweest van een integriteitissue.  Er zijn hierover gesprekkengevoerd met betrokkene. Het bleek een situatie te zijn in de privésfeer die bekend was bij de leiding. 

In-, door en uitstroom (arbeidsmarkt)

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - In-, door en uitstroom (arbeidsmarkt)

 

  2023 2024 2025
Opengestelde vacatures EHZM 180 167 165
% vervuld binnen 60 dagen 43% 53% 61%

Begin 2026 waren 144  vacatures van 2025 vervuld (88 %) en stonden er nog 9  open (5%). De overige 12 zijn gecanceld of staan ‘on hold’.

We zien dat de vacaturedruk  gelijk is gebleven en dat het percentage snel vervulde vacatures is gestegen. 

Hiervoor is een aantal verklaringen:   
We hebben een campagne gestart 'Samen kan je meer' om onze 4 merken te promoten in de arbeidsmarkt. En dat vergroot de naamsbekendheid.

Ook zien we het percentage vacatures dat vervuld wordt tijdens de interne wervingsprocedure sterk toenemen. Voor EHZM is dit 42% in 2025. In 2024 was dit 36%, uitgedrukt in een percentage van alle vervulde  vacatures. Voor Meerinzicht is dit 44% in 2025 en 2024.

In de jaargesprekken met Indeed en Gemeentebanen is aangegeven dat onze vacatures goed presteren in de duur van lezen en CTR(doorklik ratio). We hebben nieuwe richtlijnen gemaakt voor het schrijven van vacatureteksten als onderdeel van het project Arbeidsmarkt Communicatie.

Meerinzicht 2023 2024 2025
aantal vacatures opengesteld 88 68 60
aantal vacatures vervuld 83 63 54*
% vervuld binnen 60 dagen 46% 62% 65%

*twee vacatures staan/stonden nog open

 

  Bedrijfsvoering Sociaal
Doorstroom binnen Meerinzicht 14 12
In dienst 2025 38 22
Uit dienst 2025 40 19

Kweekvijver
Binnen het domein sociaal is de afdeling telefonie en (financiële) administratie waar ook de minimaregelingen worden uitgevoerd, een kweekvijver. Deze plek biedt kansen om veel te leren over het sociaal domein, over de vragen die klanten hebben en is een mooie opstap om gespecialiseerd te raken in de participatiewet door te starten met minimaregelingen. Zowel trainees, stagiaires als werkervaringsplekken zijn in 2025 en het jaar daarvoor ingevuld. Tot heden met groot succes. Wij zijn trots dat de mensen die deze plek hebben ingevuld nog steeds werkzaam zijn bij Meerinzicht op verschillende plekken in de organisatie.

Voortgang aanbevelingen managementletter

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Voortgang aanbevelingen managementletter

Als onderdeel van zijn opdracht voor controle van de jaarrekening heeft de accountant eind 2025 zijn managementletter uitgebracht. De accountant rapporteert in de managementletter belangrijke observaties, risico’s en aanbevelingen, die gedaan zijn tijdens de uitgevoerde interimcontrole. 

Er zijn 14 bevindingen gerapporteerd. Deels zijn het eerder gerapporteerde bevindingen, waarbij een weloverwogen afweging door Meerinzicht is gemaakt om niet (geheel) invulling te geven aan de adviezen en restrisico's te accepteren. Daarmee krijgen ze dan ook de status afgerond. Daarnaast is er een aantal waardevolle bevindingen die follow-up krijgen.

Van de 14 aanbevelingen zijn er ultimo 2026 5 afgerond, 9 zijn er onderhanden. Deze hebben met name betrekking op verdere aanscherping van het toegangsbeheer op specifieke applicaties en optimalisatie van het inkoop- en factureringsverwerkingsproces. De verwachting is dat de aanbevelingen in de loop van 2026 grotendeels worden afgerond. Bij de Bestuursrapportage 2026 zal over de status van opvolging worden gerapporteerd.

Status van de aanbevelingen managementletter 2025

Aanbevelingen Risico Afgerond Lopend
Hoog          2         1
Midden          3         6
Laag          0         2
Eindtotaal          5         9

 

Ziekteverzuim: verzuimcijfers

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Ziekteverzuim: verzuimcijfers

Het aantal (extra)langdurige verzuimcasussen is toegenomen in het afgelopen jaar.  Hierdoor stijgt het verzuimcijfer. Voor het merendeel gaat het hier om niet beïnvloedbaar verzuim (bijv. chronische ziekten en oncologische aandoeningen). Een deel van deze casuïstiek is afgerond, maar telt wel mee in het verzuim.  Daarnaast wachten we we nog voor een aantal casussen op de beoordeling van het UWV.  Het UWV heeft flinke achterstand en kan soms 9 maanden over zo'n beslissing doen. De medewerker blijft gedurende die tijd ziekgemeld.

De meldingsfrequentie (het aantal keren dat een medewerker zich per jaar ziek meldt) is voor Meerinzicht 0,74.  Dit is erg laag.  De benchmark geeft 0,96 aan.

Het nulverzuim (het percentage medewerkers dat zich in een jaar niet ziek heeft gemeld) is in 2025 vastgesteld op 51% .  Dat is 6% beter dan de benchmark (personeelsmonitor 2023). 

Meerinzicht + 0,5%
2023 6,4%
2024  6,3%
2025 6,8% 

 

Domein Bedrijfsvoering 1,2%
2023 6,8%
2024 5,6%
2025 6,4%

 

Domein Sociaal -0,3%
2023 5,5%
2024 7,6 %
2025 7,3%

 

Aanbesteding flexibel personeel domein sociaal

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Aanbesteding flexibel personeel domein sociaal

De raamovereenkomsten zijn ingegaan op 1 januari 2024. Dit na een zorgvuldig aanbestedingstraject in 2023. Er zijn per perceel (Jeugd, Wmo en Participatie & Inburgering) drie aanbieders gecontracteerd. Dit zijn niet dezelfde partijen voor alle drie de percelen. De partijen die de aanbesteding gewonnen hebben zijn: Bender, Daan, YER en Professional Partners. Dit zijn drie nieuwe partijen,  Bender zat ook in de vorige raamovereenkomst. Het doel van de heraanbesteding is dat Meerinzicht de continuïteit van de dienstverlening kan waarborgen bij (tijdelijk) personeelstekort. De nieuwe raamovereenkomsten bieden ook de mogelijkheid om contractmanagement goed in te regelen, waardoor Meerinzicht meer grip krijgt op de inhuurkosten, de looptijd van inhuuropdrachten en hiermee ook op de rechtmatigheid. 

In het jaar 2025 zijn er 15 nieuwe inhuur overeenkomsten afgesloten onder de raamovereenkomst. Door de raamovereenkomsten wordt voorkomen dat inhuuropdrachten onrechtmatig worden ingekocht.

EHZM-academie (Leer!plein)

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - EHZM-academie (Leer!plein)

Het Leer!plein, het leer en ontwikkelplatform voor EHZM, faciliteert leren en ontwikkelen en draagt bij aan vitale, dienstverlenende en toekomstbestendige organisaties. Het leer- en ontwikkelaanbod richt zich op gezamenlijke strategische thema’s van de vier organisaties zoals vitaliteit, persoonlijke ontwikkeling, politiek en bestuur. Begin 2025 zijn drie nieuwe leerthema's toegevoegd aan het leer!plein:  dienstverlening, netwerksamenwerking en digitalisering & innovatie. Verder is in september 2025 gestart met een leiderschapsprogramma voor de leidinggevenden van EHZM. Op het leer!plein is een leerlijn ontwikkeld rond de thema's inspiratie, kennis, gespreksvaardigheden en intervisie. . In september is ook een traineeprogramma van start gegaan en voor het eerst nemen young professionals van EHZM ook deel aan het ontwikkelprogramma. Hieronder de cijfers van 2025: 

Aantal geregistreerde accounts/deelnemer 1176
Aangeboden leerinterventies totaal 450
Aangeboden unieke leerinterventies 275  (200  live en 75 online)
Gemiddelde beoordeling 8,4

 

Wijziging van de gemeenschappelijke regeling Meerinzicht (vijfde versie)

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Wijziging van de gemeenschappelijke regeling Meerinzicht (vijfde versie)

Als gevolg van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), is ook de gemeenschappelijke regeling Meerinzicht aangepast. Doel van de wijziging van de Wgr is om raden meer grip te geven op gemeenschappelijke regelingen. Inmiddels is de gewijzigde regeling definitief vastgesteld door de deelnemende colleges (na toestemming van de raden) en bekendgemaakt.

Evaluatiebepaling
Een van de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling is dat het bestuur halverwege de raadsperiode en gemeenschappelijke regeling evalueert. Op dit moment zijn er enkele ontwikkelingen die raakvlakken hebben met een eventuele evaluatie. Dan gaat het onder meer om de ontwikkeling van kpi´s voor bedrijfsvoering van Meerinzicht (naar aanleiding van de aanbevelingen van het rekenkameronderzoek naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van Meerinzicht). Daarnaast staan we samen met de deelnemende gemeenten voor forse ombuigingsopgaven. Het bestuur heeft besloten  om onder meer die ontwikkelingen af te wachten. De bedoeling (planning) is dat de evaluatie in 2028 wordt uitgevoerd. In de gemeenschappelijke regeling Meerinzicht is ook bepaald dat de evaluatie halverwege de raadsperiode plaatsvindt. 

Bedrijfscontinuïteit management

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Bedrijfscontinuïteit management

In 2023 heeft het onderwerp bedrijfscontinuïteit management (BCM) een doorontwikkeling doorgemaakt. Er is een kerngroep vanuit de EHZM samenwerking geformeerd in opdracht van de Netwerkdirectie EHZM. In deze kerngroep worden veel BCM onderwerpen die al onder de aandacht bij de partners zijn nu meer in samenhang  uitgewerkt. Vanuit een BCM Beleidsnota is er een uitvoeringsnota geschreven met hierin uitgewerkt welke concrete acties meerjarig invulling geven aan dit beleid.

Er is een beleidscyclus ontwikkeld waarbij vanuit een jaarlijks op te stellen actieplan er tussentijds gerapporteerd wordt over de voortgang en aan het einde van het jaar een evaluatie gemaakt wordt. In deze laatste worden ook de geleerde lessen meegenomen zodat deze een plek kunnen krijgen in de cyclus van het jaar erop.

De gesprekken hierover vinden plaats in de Netwerkdirectie EHZM.

Ook in 2025 is er een actieplan gemaakt wat invulling geeft aan de uitvoeringsnota. Hierbij wordt ook gebruik gemaakt van de VNG risico inventarisatie. Deze komt periodiek, aangevuld met de laatste ontwikkelingen, beschikbaar.

Informatieveiligheid en privacy

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Informatieveiligheid en privacy

Bij de begroting 2025 is al geschetst dat de EU de komende jaren veel wetgeving op stapel heeft staan. Deze wetten zullen in de komende jaren veel gaan eisen van gemeentelijke organisaties. Digital Decade is een Europees programma voor de digitale transformatie van de Europese Unie in 2030. De kern ligt in de verhoging van onze digitale veiligheid. De wetten moeten in samenhang worden bekeken, niet afzonderlijk. Tussen nu en 2030 krijgen gemeenten te maken met 13 nieuwe regelgevende initiatieven op het gebied van digitalisering. In 2025 waren de NIS2 richtlijn en de AI wet de voor ons belangrijkste 2 Europese wetten. 

NIS2 wordt waarschijnlijk in 2026 omgezet naar Nederlands recht met de Cyberbeveiligingswet. Daarmee gaan er nieuwe wettelijke vereisten voor gemeenten gelden op het gebied van informatieveiligheid. In EHZM verband is dit in 2025 opgepakt. Onder regie van Meerinzicht heeft een extern bureau een analyse uitgevoerd om een beeld te krijgen van waar de organisatie staat met betrekking tot de wettelijke vereisten. In 2026 zal op basis van de resultaten van deze analyse gewerkt worden aan aantoonbaar kunnen voldoen aan de wetgeving.

De AI wet heeft als doel om een balans te vinden tussen innovatie en de bescherming van de grondrechten van mensen, zoals verbod van discriminatie, menselijke waardigheid, persoonlijke autonomie, toegang tot gebalanceerde informatie en privacy. Gemeenten zijn vanaf augustus 2026 verplicht om bij gebruik van hoog risico algoritmen vooraf risicoanalyses uit te voeren. Ook zal er een register bijgehouden moeten gaan worden van alle algoritmen die gebruikt worden en die een impact op de inwoner kunnen hebben. Dit register moet in het kader van transparantie openbaar worden gemaakt. In 2025 is een handelingskader voor AI opgesteld en vastgesteld waarmee de privacy en informatieveiligheid van AI inzet is geborgd. Ook zijn er beeldvormende sessies met de netwerkdirectie en BOR gehouden. De opbrengsten hiervan zullen meegenomen worden in nog op te stellen beleid rondom AI en de AI wetgeving. Naar verwachting zal dit in 2026 plaatsvinden.

Zoals in de begroting 2025 al is genoemd, start veel van de nieuwe wetgeving die op gemeenten afkomt met bewustwording van medewerkers. Vanuit privacy & informatieveiligheid is er in de afgelopen jaren voortdurend aandacht gevraagd voor die bewustwording. Voorbeelden in 2025 hiervan zijn verplichte trainingen voor nieuwe en bestaande medewerkers, inspelen op de actualiteit met berichten op intranet. 

Frauderisico's

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Frauderisico's

De EHZM organisaties zijn gezamenlijk bezig om fraudebeleid met een bijbehorende frauderisicoanalyse op te stellen. Deze maakt onderdeel uit van het controleplan 2025, een van de bouwstenen van de rechtmatigheidsverantwoording van het college. Voor boekjaar 2025 is het controleplan ook uitgevoerd en hierbij zijn geen fraudezaken geconstateerd.

Rechtmatigheidsverantwoording

Terug naar navigatie - Paragraaf bedrijfsvoering - Rechtmatigheidsverantwoording

In de rechtmatigheidsverantwoording wordt verantwoording afgelegd over de naleving van de regels, die van belang zijn voor financiële handelingen van de gemeenschappelijke regeling. Met deze verantwoording geven wij invulling aan hoofdstuk 3 van de financiële verordening.
In de rechtmatigheidsverantwoording zijn drie criteria van belang:
-    het begrotingscriterium
-    het voorwaardencriterium
-    het misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium.


De rapporteringstolerantie voor onrechtmatigheden is door het bestuur vastgesteld op € 50.000. 


Begrotingscriterium
Alle begrotingsoverschrijdingen (bruto) op de totale lasten per begrotingsprogramma (en daarmee overeenstemmende balansmutaties) onrechtmatig als deze lasten in strijd zijn met een wettelijke bepaling of met het beleid van het bestuur. Overschrijding van budgetten binnen wet- en regelgeving en passend bij de uitvoering van het beleid van het bestuur zijn niet onrechtmatig (netto). 


Overschrijding lasten begrotingsprogramma's
In 2025 zijn er bij de begrotingsprogramma’s en investeringskredieten geen overschrijdingen geweest boven de rapporteringstolerantie. Hierdoor zijn er geen onrechtmatigheden geconstateerd op dit onderdeel die toegelicht dienen te worden. 


Voorwaardencriterium
Bij dit criterium gaat het om toepassing van de eisen en voorwaarden die worden gesteld aan financiële (beheers)handelingen. Die eisen en voorwaarden hebben betrekking op doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

Wij hebben vastgesteld dat er onrechtmatigheden zijn voor een bedrag van € 93.000 doordat de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet juist zijn toegepast. Hieronder wordt een toelichting gegeven. 


Algemeen:
Een budgethouder die een werk, levering of dienst afneemt bij een leverancier, dient zich af te vragen op welke wijze de afname moet worden aanbesteed. Hiervoor is er binnen de gemeenschappelijke regeling een inkoopbeleid die moet waarborgen dat de regels worden gevolgd. In 2025 is voor een bedrag van € 93.000 ingekocht waarbij de Europese aanbestedingsrichtlijnen niet juist zijn toegepast.


Onrechtmatigheden aanbesteding en inkopen onderverdeeld naar categorie:


ICT:
Betreft het netwerk waar de gemeente gebruik van maakt. De afgelopen jaren is het gebruik van data fors gestegen en hierdoor ook de wensen/eisen die gesteld worden aan het netwerk wat daaraan ten grondslag ligt. De afgelopen jaren zijn deze kosten logischerwijs gestegen, echter komen ze nu op een bedrag uit dat deze Europees aanbesteed hadden moeten worden. Het jaarbedrag ligt op ongeveer € 70.000. In 2026 zal onderzocht worden hoe dit product het beste aanbesteed kan worden zodat deze opdracht daarna gepubliceerd kan worden.

Het restant wat als onrechtmatig is aangemerkt vanuit het voorwaardencriterium zijn nagekomen kosten uit onrechtmatige contracten 2024. Voor 2025 zijn de crediteuren juist aanbesteed. Deze kosten liggen onder de rapporteringstolerantie en worden derhalve niet nader toegelicht.


Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium:
Misbruik is het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens. Met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te ontvangen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Oneigenlijk gebruik is het door het aangaan van rechtshandelingen en/of feitelijke handelingen, ontvangen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de tekst van de regelgeving maar in strijd met het doel en de strekking daarvan.

Uitkeringen, subsidies en vergunningen gaan alleen naar inwoners, bedrijven en instellingen die daar recht op hebben. Dit wordt getoetst aan wet- en regelgeving en interne integriteitsregelingen en -afspraken. Wij hebben interne procedures om na te gaan dat (belasting-)gelden, subsidies, uitkeringen of bijdragen, enzovoort op de juiste manieren worden ingezet en besteed. Voor verschillende beleidsterreinen hebben wij preventieve en/of repressieve maatregelen. Preventieve maatregelen zijn met name regelgeving, voorlichting en controle vooraf. Repressieve maatregelen zijn controle achteraf en sanctionering.

In 2023 is er overkoepelend beleid voor het voorkomen van misbruik- en oneigenlijk gebruik vastgesteld, dit beleid is ook voor boekjaar 2025 van toepassing. 


Eindconclusie:
Het totaal aan gerapporteerde onrechtmatigheden (lees: € 126.000) is lager dan de vastgestelde verantwoordingsgrens van 2% van de gerealiseerde bestedingen (€1.099 miljoen). De directieraad is van oordeel dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, binnen deze grens, rechtmatig tot stand zijn gekomen conform de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV (september 2025). 


De uitkomsten van de rechtmatigheidsverantwoording worden weergegeven in onderstaande tabel:

Van bruto naar netto
Monitor Rechtmatigheidsverantwoording (Bedragen x € 1.000)
Bruto
Af:
Netto
A. Begrotingscriterium
1 Overschrijding exploitatiebudgetten programma’s begroot versus werkelijk
28
28
-
2 Overschrijding investeringsbudgetten (kredieten)
5
-
5
3 Niet geautoriseerde reserve mutaties
-
-
-
Subtotaal A. Begrotingsonrechtmatigheden (bruto)
33
28
5
B. Af: Begrotingsafwijkingen waarvan het bestuur heeft besloten dat ze niet onrechtmatig zijn
-
-
-
C. Totaal begrotingsonrechtmatigheden (fouten) = A-B
33
28
5
D. Voorwaardencriterium
1 Inkopen ten onrechte niet Europees aanbesteed
93
-
93
E. Misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium
-
-
-
F. Totaal rechtmatigheidsfouten = C+D+E
126
28
98
G. Verantwoordingsgrens
Verantwoordingsgrens vastgesteld door het bestuur
2%
2%
Totaal lasten exclusief toevoegingen aan de reserves
54.961
54.961
Verantwoordingsgrens in euro
1.099
1.099

Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid

Terug naar navigatie - - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid

Inleiding openbaarheidsparagraaf Wet open overheid

Terug naar navigatie - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid - Inleiding openbaarheidsparagraaf Wet open overheid

De Woo (Wet open overheid) is op 1 mei 2022 in werking getreden als opvolger van de Wob (Wet openbaarheid van bestuur). De Woo stelt drie belangrijke verplichtingen voor de overheid, namelijk een actieve openbaarmakingsplicht, een passieve openbaarmakingsplicht en een informatiehuishoudingsplicht. Het doel van de Woo is het bevorderen van openbaarheid en transparantie: overheidsorganisaties moeten, uit zichzelf of als iemand daarom vraagt, informatie openbaar maken over wat zij doen en waarom. Op die manier is het voor iedereen mogelijk om de overheid te controleren. Openbaarheid van overheidsinformatie is belangrijk voor de democratie en  het vertrouwen tussen de samenleving en de overheid.  

Gedurende 2025 is binnen EHZM gestuurd op de correcte afdoening van Woo-verzoeken. Tevens is er van start gegaan met het omvangrijke project voor de implementatie van de Woo om naast de passieve ook de actieve openbaarmaking op orde te krijgen. 

Passieve openbaarmaking

Terug naar navigatie - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid - Passieve openbaarmaking

Passieve openbaarmaking
De passieve openbaarmakingsplicht houdt in dat overheidsorganisaties informatie openbaar moeten maken als iemand daarom vraagt. Concreet betekent dit dat het voor iedereen mogelijk is om een bestuursorgaan te verzoeken om publieke informatie voor eenieder openbaar te maken. Deze mogelijkheid bestond ook onder de Wet openbaarheid van bestuur. 

 In 2022 is software aangeschaft voor het anonimiseren en redigeren (‘lakken’) van documenten. In 2024 heeft een update plaatsgevonden naar een nieuwe versie van deze software. Het anonimiseren en redigeren van documenten is een noodzakelijke stap in het proces van passieve openbaarmaking, en de update naar de nieuwe versie van de software maakt verbeteringen van dit proces mogelijk. 

In 2023 is de functie van een Woo-coördinator gecreëerd om verbeteringen door te voeren in de coördinatie op en ondersteuning bij het passieve openbaarmakingsproces. In maart 2024 is de geworven kandidaat in dienst getreden bij Meerinzicht, zodat de EHZM-organisaties eenduidig ondersteund kunnen worden. De Woo-coördinator werkt aan een nieuw, uniform werkproces voor de passieve openbaarmaking die van toepassing wordt op alle EHZM-organisaties. Het werkproces is aangevuld met praktische werkinstructies.  Het werkproces en de werkinstructies dragen bij aan een snelle en zorgvuldige besluitvorming.

De  oorspronkelijke verwachting was dat het aantal Woo-verzoeken jaarlijks zou toenemen en dat verzoeken omvangrijker en  complexer zouden worden. Hoewel sinds 2023 het aantal verzoeken om openbaarmaking van documenten tot 2025 niet significant was toegenomen, was er over 2025 wel een aanzienlijke toename in complexiteit en omvang van de verzoeken op te merken. Uit de cijfers van 2025 is gebleken dat het aantal Woo-verzoeken de verwachting heeft overstegen. De verwachting voor 2026 is dan ook dat het  aantal verzoeken binnen EHZM verder zal toenemen, met omvangrijkere en complexere verzoeken. In 2025 zijn de meeste verzoeken binnen EHZM binnen de gestelde termijn afgehandeld. Cijfers en inhoudelijke onderbouwing worden  gepresenteerd in het Jaarverslag Woo 2025.

Actieve openbaarmaking

Terug naar navigatie - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid - Actieve openbaarmaking

Actieve openbaarmaking
De actieve openbaarmakingsplicht houdt in dat overheidsorganisaties uit eigen beweging informatie openbaar moeten maken. In de Woo worden 17 informatiecategorieën genoemd waarvoor deze actieve openbaarmakingsplicht geldt. Voor gemeenten gelden 11 van de 17 categorieën. De inwerkingtreding van de actieve openbaarmakingsplicht vindt gefaseerd plaats. Per 1 november 2024 moeten de eerste vijf informatiecategorieën verplicht openbaar worden gemaakt. Op een later moment wordt bij koninklijk besluit bepaald wanneer de overige categorieën verplicht openbaar gemaakt moeten worden.

Aanvankelijk zou voor het publiceren van de informatie uit de informatiecategorieën het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) worden gebruikt. In 2022 is deze centrale infrastructuur stopgezet, en is in 2023 een verwijsindex (de ‘Woo-index’) gelanceerd. De Woo-index is niet een centraal publicatieplatform, maar maakt het mogelijk dat informatie voor iedereen centraal doorzoekbaar is. De EHZM-organisaties (gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde, en Meerinzicht) zijn aangesloten op de Woo-index. Ook zijn de eerste verwijzingen naar informatie uit de verplichte informatiecategorieën ingevuld.

Met betrekking tot de voorbereiding op de actieve openbaarmakingsplicht hebben de drie gemeenten en Meerinzicht zich gepositioneerd als ‘slimme volger’. Voor de implementatie van de actieve openbaarmakingsplicht betekent dit dat de gemeenten en Meerinzicht ervoor zullen zorgen dat de informatie uit de relevante verplichte informatiecategorieën gepubliceerd kunnen worden, maar dat bovenop de rijksbijdrage geen extra investeringen worden gedaan om op de verplichtingen vooruit te lopen. In 2024 is gestart met het uitwerken en onderzoeken van mogelijke publicatieplatformen, met het doel om één publicatieplatform te gebruiken voor de EHZM-organisaties. 

In 2025 is een start gemaakt met het programma voor de implementatie van de Woo. Ten behoeve van de actieve openbaarmaking is er een overzicht gemaakt van alle documenttypen welke volgen uit de processen en geïnventariseerd in welke tranche deze behoren. Zo wordt duidelijk in kaart gebracht welke informatie van welke processen wanneer actief openbaar moet worden gemaakt. Ook is er getoetst of volledig is voldaan aan de verplichting van de openbaarmaking van tranche 1. Hier wordt in 2026 verder invulling aan gegeven. 

Informatiehuishouding

Terug naar navigatie - Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid - Informatiehuishouding

Informatiehuishouding

De informatiehuishoudingsplicht houdt in dat overheidsorganisaties verplicht zijn om maatregelen te treffen zodat overheidsinformatie goed te vinden en toegankelijk is.  

Voor de regie en sturing op informatiehuishouding binnen de EHZM-organisaties is de basis een informatievisie en informatiebeleid. De informatievisie was aan herijking toe, en is in 2024 hernieuwd vastgesteld (2024-2030). 

Het verbeteren van de informatiehuishouding vraagt om een structurele aanpak. In het verleden zijn diverse projecten uitgevoerd die toezien op deelgebieden van het verbeteren van de informatiehuishouding. Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Woo, is in 2023 het meerjarenplan van de VNG (om invulling te geven aan 7 gestelde minimale eisen) omarmd. N.a.v. een recent uitgevoerd onderzoek is er hiervoor een advies en bijbehorend projectplan gemaakt en goedgekeurd. Het projectplan wordt in de periode juni 2024 tot en met mei 2027 uitgevoerd. 

Het project werkt voornamelijk aan de basis voor de Wet open overheid: de informatiehuishouding op orde. De wet gaat ook over actieve en passieve openbaarmaking. Om alle projecten en activiteiten goed in samenhang op te pakken is het programma Implementatie Woo tot stand gekomen met 3 pijlers: de actieve openbaarmaking, de passieve openbaarmaking en de informatiehuishouding op orde. Het project ‘de 7 minimale eisen’ is daarmee onderdeel geworden van het programma.