Paragraaf financiering

Inleiding paragraaf financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Inleiding paragraaf financiering

De paragraaf betreffende de financiering bevat de manier waarop Meerinzicht haar activiteiten en projecten financiert en haar liquiditeiten beheert. Het geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat,  lasten aan taakvelden wordt toegerekend en de eventuele financieringsbehoefte.

Ambitie

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Ambitie

Meerinzicht streeft naar regie op de  uitgaven en inkomsten resulterend in een optimale financiering (op korte en lange termijn) in geldstromen. Daarbij wordt geopereerd binnen de wettelijke en gemeentelijke vastgestelde kaders. Om de treasuryfunctie goed uit te voeren, wordt gekeken naar de meerjarige liquiditeitsontwikkeling van de gemeente en de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt financieel risicomijdend uitgevoerd. Meerinzicht geeft waar het kan invulling aan duurzaam (ethisch) bankieren. Op het gebied van reputatie en imago stelt Meerinzicht eisen aan de organisaties en instellingen, waarmee het zaken doet. Meerinzicht stelt bij de treasuryfunctie bestuurlijke en ambtelijke integriteit voorop.

Doelstellingen

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Doelstellingen

De doelstellingen van Meerinzicht op het gebied van treasury luiden: regie hebben op de uitgaven en inkomsten, duurzaam toegang hebben tot de financiële markten, tijdig kunnen beschikken over voldoende financieringsmiddelen, beheersen van risico’s, streven naar rente-optimalisatie en beperken van verwerkingskosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities.

Regelgeving

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Regelgeving

De Wet Financiering Decentrale Overheden is kaderstellend voor de treasuryfunctie van gemeenten. Gemeenten worden verplicht tot een transparant en inzichtelijk lokaal treasurybeleid en -beheer. Daarnaast zijn er verdere kaders vastgelegd in de Financiële verordening van Meerinzicht (hoofdstuk 4, art. 12).

Ontwikkelingen Financiering

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Ontwikkelingen Financiering

Marktontwikkelingen
Renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt zijn voor Meerinzicht belangrijk om te kunnen sturen op de financiële risico’s. Deze ontwikkelingen, die van buiten komen, kunnen niet beïnvloed worden. De renteontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd door gebruik te maken van informatie van met name de Bank Nederlandse Gemeenten, het Schatkistbankieren en enkele andere banken. 

De ECB heeft met een aantal renteaanpassingen de rente begin juni 2025 verlaagd tot 2%. De verwachting was dat de rente stabiel zal blijven op 2% in 2026. Mogelijk dat de onrustige geopolitieke ontwikkelingen invloed zal hebben op de rente- / marktontwikkelingen  voor 2026 en verder. Medio april heeft de ECB de rente nog niet verhoogd. Als de geopolitieke onrust aanhoudt is het zeer waarschijnlijk dat de rente de komende tijd wel verhoogd zal worden.  Dit eventuele effect wordt meegenomen in het eerstvolgende P&C document.

Aantrekken geld
Het rentebeleid van de ECB vertaalt zich naar de  gemeente. De percentages voor het aantrekken van geld zitten een aantal tienden boven de ECB-rente. De renteontwikkelingen worden bepaald op basis van langlopende leningen met een looptijd van 20 jaar.  

Beleggen in Schatkist
De rentepercentages voor het schatkistbankieren bevinden zich ongeveer op hetzelfde niveau als de ECB-rente. Voor de lopende rekening in de Schatkist is een gemiddelde renteopbrengst gerealiseerd van 2% in 2025.

Liquiditeit

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Liquiditeit

Schatkistbankieren
Om de staatsschuld en beleggingsrisico’s te beperken zijn decentrale overheden verplicht om hun overtollige geldmiddelen aan te houden in ’s Rijks schatkist. Daarnaast mogen alleen leningen verstrekt worden aan medeoverheden. Het bedrag, dat de Meerinzicht zelf mag aanhouden op haar eigen bankrekeningen, is maximaal gelijk aan het drempelbedrag schatkistbankieren.

Per kwartaal wordt het gemiddelde bedrag per dag aan geldmiddelen berekend. Het Rijk heeft voor het buiten de Schatkist aan te houden liquide middelen een normpercentage ingesteld. Het actuele percentage bedraagt 2% van het begrotingstotaal. 
Voor 2025 is het drempelbedrag voor Meerinzicht €1.131.000,-. Dit is gelijk aan 2% van het totaal van de begrote lasten vóór bestemming, € 56.528.000,-. De tabel laat voor 2025 per kwartaal het gemiddelde bedrag op eigen bankrekeningen zien ten opzichte van het drempelbedrag schatkistbankieren en de ruimte daartussen. 

Meerinzicht heeft op de lopende rekening bij de BNG een plafond ingesteld van € 400.000,-. Aan het eind van elke dag wordt het saldo boven dit plafond automatisch afgeroomd naar de Schatkist. Wekelijks wordt aan de hand van de betalingen die gedaan moeten worden, ingeschat welk bedrag van de Schatkist teruggestort moet worden op de lopende rekening bij de BNG. 

Drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000,-)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
Grondslag voor de norm:
56.528
56.528
56.528
56.528
totaal van de begrote lasten op jaarbasis
Drempelbedrag volgens wet Fido, 2% van de begrote lasten op jaarbasis
1.131
1.131
1.131
1.131
Gemiddeld buiten 's Rijks schatkist aangehouden geldmiddelen
400
400
400
400
Ruimte (+) of overschrijding (-) ten opzichte van het drempelbedrag schatkistbankieren
731
731
731
731
Wordt voldaan aan de norm?
ja
ja
ja
ja
!

Financieringspositie
Door de inwerkingtreding van schatkistbankieren medio 2013 worden overtollige gelden aangehouden in de Nederlandse schatkist. De financieringsbehoefte gedurende 2025 is opgevangen met een positieve stand op de rekening courant en het saldo van schatkistbankieren. Het aantrekken van langlopende leningen is in 2025 niet noodzakelijk geweest. Het gebruik van kasgeldleningen is tevens niet noodzakelijk geweest. Omdat het overschot aan middelen op basis van de  bevoorschotting voor bedrijfsvoering en de programmagelden toereikend geweest is in de liquiditeitsbehoefte.

Liquiditeitspositie over het jaar 2025
Bedragen x € 1.000,- (per eerste van de maand)
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
1.
Vlottende (korte) schuld
maand 1
0
0
0
0
maand 2
0
0
0
0
maand 3
0
0
0
0
2.
Vlottende middelen
maand 1
14.610
32.605
27.554
12.105
maand 2
10.465
33.940
20.304
32.226
maand 3
19.415
22.078
19.136
28.810
3.
Netto vlottende schuld (+)/
maand 1
-14.610
-32.605
-27.554
-12.105
Overschot vlottende middelen (-) (1-2)
maand 2
-10.465
-33.940
-20.304
-32.226
maand 3
-19.415
-22.078
-19.136
-28.810
4.
Gemiddelde netto vlottende schuld (+)/
-14.830
-29.541
-22.331
-24.380
gemiddeld overschot vlottende middelen (-)
5.
Kasgeldlimiet
4.635
4.635
4.635
4.635
6a.
Ruimte onder kasgeldlimiet (5-4)
19.465
34.176
26.967
29.016
6b.
Overschrijding van de kasgeldlimiet (4-5)
Berekening kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet moet worden berekend bij aanvang van elk kalenderjaar en bij wijziging van het percentage als bedoeld bij post 8.
7.
Begrotingstotaal
56.528
8.
Het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage
8,20%
9.
Kasgeldlimiet: (7) x (8) : 100
4.635

Risico's

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Risico's

Algemeen
Binnen Meerinzicht wordt niet gewerkt met een Treasurystatuut  In de Financiële verordening van de GR Meerinzicht zijn hiervoor de kaders opgenomen. Indien er om wat voor redenen dan ook specifieke risico’s worden geconstateerd, in relatie tot treasury, zullen deze mee worden genomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

Renterisico

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Renterisico

Renterisico over de vlottende schuld
Kasgeldlimiet
Met de kasgeldlimiet wordt de omvang van de kortlopende leningen beheerst. Voor de kasgeldlimiet geldt een afwijkend percentage ten opzichte van gemeenten. De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen is gelimiteerd tot 8,2% van het begrotingstotaal, 56.528.000. De kasgeldlimiet komt voor 2025 uit op € 4.635.000. 

Als onderdeel van de treasuryfunctie wordt de afweging kort- of langlopend financieren gemaakt op basis van de actuele liquiditeitsplanning. Als de kasgeldlimiet structureel overschreden dreigt te worden, is de gemeente verplicht om de vlottende financiering (korter dan 1 jaar) om te zetten in vaste financiering. In het kader van de Wet Fido heeft de provincie een toezichthoudende rol.

Meerinzicht maakt door het structurele financieringsoverschot geen gebruik van kasgeldfaciliteiten.   

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000,-)
Begroting 2025
2025 Werkelijk 1e kwartaal
2025 Werkelijk 2e kwartaal
2025 Werkelijk 3e kwartaal
2025 Werkelijk 4e kwartaal
Omvang begroting
56.528
56.528
56.528
56.528
56.528
(1) Toegestane kasgeldlimiet
In procenten
8,2
8,2
8,2
8,2
8,2
In €
4.635
4.635
4.635
4.635
4.635
(2) Omvang vlottende korte schuld
0
0
0
0
0
(3) Vlottende middelen
0
14.830
29.541
22.331
24.380
(4) Netto vlottende schuld (2 - 3)
0
-14.830
-29.541
-22.331
-24.380
(5) Toets kasgeldlimiet
Toegestane kasgeldlimiet (1)
4.635
4.635
4.635
4.635
4.635
Totaal netto vlottende schuld (4)
0
-14.830
-29.541
-22.331
-24.380
Ruimte (-) / overschrijding (+) (1) - (4)
-4.635
-19.465
-34.176
-26.967
-29.016
!

Renterisico over de vaste schuld
Renterisiconorm
In de wet FIDO is bepaald dat over de langlopende schulden de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In de onderstaande tabel is de ontwikkeling weergegeven van de renterisiconorm over 2025. Hieruit kan geconcludeerd worden dat Meerinzicht binnen de norm is gebleven. De reden hiervoor is dat Meerinzicht geen langlopende geldleningen heeft.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2025
1
Renteherzieningen
0
2
Aflossingen
0
3
Renterisico (1+2)
0
4
Renterisiconorm
11.306
5a (4 > 3)
Ruimte onder risiconorm
11.306
5b (3 > 4)
Overschrijding renterisiconorm
Berekening renterisiconorm
4a
Begrotingstotaal (na alle wijzigingen) jaar 2025
56.528
4b
Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage
20%
4 = 4a x 4b
Renterisiconorm
11.306

Leningenportefeuille
Meerinzicht heeft in 2025 geen langlopende geldleningen afgesloten. De voorschotbedragen van de brongemeenten zijn voldoende geweest om aan de betalings- en investeringsverplichting te voldoen.

Rente

Terug naar navigatie - Paragraaf financiering - Rente

Renteschema
Rentekosten worden op basis van het BBV toegerekend aan de taakvelden op basis van een rente-omslag. Aangezien er alleen investeringen binnen domein Bedrijfsvoering plaatsvinden, wordt de rente volledig toegerekend aan domein Bedrijfsvoering. Meerinzicht heeft in 2025 geen geldleningen meer op de balans staan waardoor er geen rentekosten toegerekend worden aan de taakvelden. Sinds eind 2022 ontvangen overheidsinstellingen weer creditrente over de tegoeden bij het schatkistbankieren. Dit was ook het geval in 2025. De externe rentebaten over 2025 bedragen € 514.000. De externe rentebaten zijn één op één, conform de afwijkende verdeelsleutel creditrente, teruggeven aan de gemeenten voor vaststelling van het resultaat 2025.

Renteschema Jaarstukken 2025 (bedragen x €1.000,-)
A.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
B.
De externe rentebaten
-/-
-514
Saldo rentelasten en rentebaten
C1.
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
0
C2.
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
0
C3.
De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
+/+
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-514
D1.
Rente over eigen vermogen
+/+
n.v.t.
D2.
Rente over voorzieningen
+/+
n.v.t.
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
-514
E
De aan taakvelden toegerekende rente
-/-
F.
Renteresultaat
-514

Renteresultaat
Bij het opstellen van de begroting 2025 werd al rekening gehouden met een rentebaat. In samenspraak met de 3 gemeenten is afgesproken deze verwachtte rentebaten bij aanvang van het jaar niet te verrekenen met de uniforme bijdragen. Bij de tussentijdse rapportage is, op basis van de verwachting over heel 2025, de rentebaat terug gevloeid naar de 3 gemeenten. Op rekeningbasis blijkt het renteresultaat nog positiever.